Type and press Enter.

Persoonlijke blog: Het zuiden en midden van Vietnam

Vol enthousiasme staan Stan en ik op het vliegveld van Bali. We hebben beiden onwijs veel zin om weer naar een nieuw land te gaan en kunnen niet wachten om op het vliegtuig te stappen. Echter als we onze bagage in willen checken, lijken onze plannen in duigen te vallen. Een visum is noodzakelijk om Vietnam binnen te komen. Deze hebben we aangevraagd, maar in verband met het iets te laat plannen en de verschrikkelijk slechte verbindingen in Flores, is ons visum nog niet goedgekeurd. We hadden – net als nog 6 andere toeristen – gelezen dat je deze in Vietnam ook nog kan regelen. Niet dus. Zonder het visum mogen we het vliegtuig niet in. Zelfs de jongen die alleen een overstap op Vietnam heeft en daarna direct door naar Japan vliegt, moet persé een visum aanvragen. De dame achter de balie verwijst ons naar een internetwebsite waar we een spoedvisum aan kunnen vragen. Een ontzettend duur grapje, maar onze vlucht annuleren, een nachtje op Bali slapen en een nieuwe vlucht boeken tot ons visum is goedgekeurd, is niet veel goedkoper. Met pijn in ons hart vragen we het spoedvisum dus aan. Het is een hoop gestress, maar we kunnen alles nog regelen voordat het vliegtuig naar Vietnam vertrekt. Natuurlijk balen we enorm dat ons dit zoveel geld kost, maar we besluiten het maar snel te vergeten en te genieten van de reis naar Vietnam.

Onze reis start in Ho Chi Minhstad, een energieke stad met hoge wolkenkrabbers, chaotisch verkeer, hippe skybars en dure hotels. Maar Ho Chi Minhstad is ook één van de steden met ’s werelds lekkerste streetfood. Daar maken we maar al te graag gebruik van! We proeven enkele specialiteiten, waaronder bánh xèo – een hartige pannenkoek met taugé, garnalen en varkensvlees –, bánh mì – een knapperige baguette gevuld met onder andere varkensvlees, paté en verschillende groenten – en verse springrolls – verse salade met varkensvlees of garnalen in een zacht, doorzichtig rijstpapier -. Ho Chi Minhstad, ook wel Saigon genoemd, was vroeger een Franse kolonie en hierdoor zijn ook veel Franse invloeden zichtbaar, waaronder dus de baguette. We bezoeken daarnaast het War Remnants Museum, waar we meer leren over de oorlog in Vietnam. Hoewel ik echt geen museumfan ben, is dit museum ontzettend indrukwekkend. Persoonlijke verhalen worden geïllustreerd met heftige foto’s die weergeven wat de impact van de oorlog is geweest op de Vietnamezen.

Na meer dan een week in het afgelegen Flores is het heerlijk om weer in een drukke stad te zijn. Een dag lang genieten we van al het lekkere eten en de leuke restaurants en barretjes. We merken al direct enkele cultuurverschillen met Indonesië. De Vietnamezen zijn veel gereserveerder en we worden hier niet continu aangesproken voor een taxi of voor een praatje. Iedereen laat ons gewoon ons ding doen. Daarnaast is in Indonesië zo’n 80% van de bevolking moslim en is in Vietnam het grootste deel van de bevolking boeddhistisch. Dat vinden we helemaal niet erg, want nu worden we niet meer elke ochtend om 5 uur gewekt door de luide gebeden van de moskee.

Met de bus reizen we verder naar het zuiden van Vietnam, naar de Mekong Delta. Door dit stukje platteland lopen tientallen aftakkingen van de Mekong rivier en de regio is dan ook een labyrint van waterwegen. Heel het leven speelt zich hier af op het water en zelfs de groenten- en fruitmarkten drijven in één van de vele rivieren. Per fiets verkennen we het platteland en de vele rustige dorpjes onderweg. We zitten in een onwijs leuke accommodatie, waar we in een simpel hutje slapen die aan de Mekong rivier grenst. Het personeel is erg lief en het eten is heerlijk! Ook ontmoeten we een aantal andere backpackers, waarmee we een erg gezellig avond hebben. Ons plan om vroeg naar bed te gaan mislukt daardoor helemaal, dus als de volgende ochtend de wekker om 4:15 gaat stappen we – na een hele korte nacht – in een motorbootje om twee drijvende markten in de Mekong Delta te bezoeken. Op de markt koopt onze gids om de haverklap een lokale lekkernij en als we om 12:30 terug bij onze accommodatie zijn, zitten we bommetje vol.

Na de Mekong Delta besluiten we om verder te reizen naar het noorden. We twijfelen er eerst nog over om naar het zuidelijke eiland Phύ Quốc te gaan. Echter is het wat prijziger om hier te komen en in Indonesië hebben we genoeg tropische stranden gezien. Ook slaan we de toeristische badplaatsen in het midden van Vietnam over. Zo hebben we nog veel tijd om het noorden van Vietnam en de prachtige natuur hier te verkennen. Vanuit de Mekong Delta vliegen we naar Hội An. De nachtbus, die er zo´n 16 uur over doet, is eigenlijk net zo duur, dus de keuze om te vliegen is voor ons snel gemaakt.

Hội An is een onwijs leuke stad. Het oude centrum hangt helemaal vol lampionnetjes, dus zodra het donker wordt en alle lichtjes aan gaan, ben ik zo blij als een kind. Het is jammer dat het hier zo toeristisch is, maar de sfeer is ontzettend leuk. Er is een paar dagen geleden een tyfoon geweest, dus het weer is af en toe nog wat onstuimig. De eerste avond regent het zelfs zo hard dat de straten van Hội An letterlijk overstromen en we tot onze enkels in het water staan. Toch hebben we best wel geluk en is het de meeste dagen – op een paar flinke buien na – over het algemeen droog. De dagen voordat wij in Hội An kwamen regende het schijnbaar de hele dag, dus we mogen niet klagen! In Hội An kun je voor niet al te veel geld kleding aan laten meten, dus Stan laat een pak op maat maken en ik een broekpak en een jurkje. Het is bizar hoe snel ze dit kunnen doen en we zijn allebei heel blij met het resultaat.

Ook volgen we in Hội An een kookcursus bij My Grandma Home Cooking. Met de boot varen we naar een klein eilandje in de buurt van Hội An en koken we bij één van de families hier thuis. De vrouw die de kookcursus geeft – je spreekt haar naam uit als ‘Thom’ – heeft 17 jaar op het eiland bij haar oma gewoond en daar de kneepjes van het vak geleerd. Ik heb een hele goede klik met Thom en het is leuk om het met haar te hebben over de verschillen tussen de Vietnamese en de Westerse cultuur. Ik snap nu dan ook eindelijk waarom alle Aziaten zich van top tot teen bedekken als de zon schijnt. In de Vietnamese cultuur is het namelijk mooi als je heel blank bent; dit betekent dat je uit de stad komt en heel welvarend bent. Vietnamezen met een donkere huid werken buiten op het platteland en zijn dus niet zo welvarend. We hebben het geluk dat er nog maar één ander stel aan de kookcursus mee doet. We kunnen dus rustig koken en veel vragen stellen. Het eerste gerecht dat we maken is gemarineerd en gegrild varkensvlees, gewikkeld in zelfgemaakt rijstpapier. Daarna maken we een groene papaja salade met varkensvlees en garnalen. Het volgende gerecht is de typische Vietnamese bánh xèo, de hartige pannenkoek die we ook al in Ho Chi Minhstad op hebben. Tot slot bereiden we in een stoofpotje een gemarineerde tonijnsteak. We krijgen alle recepten mee naar huis, dus jullie kunnen een lekker Vietnamees diner verwachten als we weer terug in Nederland zijn!

In Hội An komen we één van de Nederlandse backpackers die we in de Mekong Delta hebben ontmoet, Jos, weer tegen. We hebben een goede klik met hem en zijn dus een paar keer samen wat gaan eten en drinken. Erg gezellig! Uiteindelijk hebben we 4 nachten in Hội An geslapen. Het was fijn om even wat langer op 1 plek te zijn en niet continu te reizen.

Vanuit Hoi An rijden we zelf met de scooter naar Huế. Deze tocht duurt zo’n 6 uur en brengt ons onder andere over de Hai Van Pass. Op deze 21 kilometer lange bergpas hebben we waanzinnige uitzichten over de bergen en de kust van Vietnam. Het is een hele gave scootertocht, die de pijn in onze billen meer dan waard is! We blijven 1 nachtje in Huế slapen om even bij te komen van deze rit. In de avond is het hier erg gezellig; er zijn veel restaurantjes en barretjes en op verschillende plekken is er live muziek. De volgende dag brengen we nog een bezoek aan het enorme keizerlijke paleis van Huế. Erg mooi, maar daarna hebben we de stad eigenlijk wel gezien. Diezelfde dag pakken we de bus naar Phong Nha. Hier ligt een nationaal park waar veel mooie natuur, wildlife en ondergrondse grotten zijn. De eigenaar van onze accommodatie in de Mekong Delta heeft hier ook een hostel en had ons over deze plek verteld. Omdat de natuur er prachtig schijnt te zijn en het nog niet zo bekend is, hebben we Phong Nha direct aan onze bucketlist toegevoegd!

Inmiddels zijn we al meer dan een maand aan het reizen. Het is af en toe gek om te zien hoe het leven in Nederland ook gewoon doorgaat. Ik kan me er bijna geen voorstelling van maken dat het daar op dit moment aan het vriezen is. Als ik dat hoor, ben ik overigens wel heel blij dat ik niet elke ochtend de ruiten van mijn auto aan het krabben ben. Dat leventje lijkt zo ver weg nu ik hier in Azië zit. Het is bizar hoe snel je gewend raakt aan deze manier van leven. Toen ik nog thuis was keek ik er zo naar uit dat ik een jaar lang niks zou moeten en gewoon elke dag zelf kon bepalen wat ik wilde doen. En nu dat dan zo is, is het eigenlijk bijna vanzelfsprekend dat we elke dag kunnen staan en gaan waar we willen. Soms moet ik er wat vaker aan denken hoe fijn dat eigenlijk is.

De reis door het zuiden en het midden van Vietnam zit er na Huế dus op. We kijken ernaar uit om het drukke, stadse leven even achter ons te halen en wat meer te zien van de prachtige natuur van Vietnam!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

2 comments

  1. Ademloos jouw prachtige verhaal gelezen over de eerste dagen in Vietnam! Kan niet wachten tot het volgende verhaal!

    1. Dankjewel! We maken nu al weer een hoop prachtige dingen mee!